paling
Paling is eigenlijk een trekvis. De levenscyclus van de paling begint en eindigt in de Sargassozee, gelegen in de Atlantische Oceaan ten zuiden van de Bermuda-eilanden.
Geboren in de Sargassozee, drijven de palinglarven met de Golfstroom af richting Europese en Afrikaanse kust. Een tocht over 7.000 kilometer, waar de larven 2 tot 7 cm lang, ongeveer drie jaar over doen. Op basis van reuk weet de glasaal de weg naar de riviermonding te vinden. De glasaal, die zich langzaam ontwikkelt tot paling (oftewel aal) verblijft vervolgens ongeveer 8 jaar in het zoete water.
In het najaar, wanneer de lengte van de paling varieert tussen de 30 en 75 cm, begint de trek naar zout water. De paling kiest voor de tocht naar het zoute water bij voorkeur de kortste weg. In sommige gevallen klimt de paling hiervoor zelfs op het droge om door natte weilanden een weg te banen richting zee. Eenmaal in het zoute water verandert hij in een zeevis die op honderden meters diepte op weg gaat naar de Sargassozee. Dit is de laatste tocht.
Op de paaiplaats legt het wijfje miljoenen eitjes, daarna sterven de dieren. Vervolgens begint met de larven de cyclus weer opnieuw.
Zoetwaterpaling heeft een olijfgroene tot bruine rug en een geelwitte buik; bij het ouder worden krijgt de paling een donkerder rug en een zilverwitte buik. De maximale lengte is 1,2 meter.
Palingen worden levend vers verkocht. Gerookte paling verkoopt men geheel of in palingfilets. Paling is op zijn best als hij een duim dik is. Hoe dikker de paling, hoe hoger zijn gezond vetgehalte.











